
Croissants zelf maken is minder hocus pocus dan het lijkt: je hebt bloem, boter, gist en vooral geduld nodig. Het moeilijke zit niet in de ingredienten maar in de temperatuur en de rusttijden. Hieronder lees je hoe het deeg in elkaar zit, wat een realistische planning is, en bij welke kookscholen in Parijs je het onder begeleiding kunt doen. Je vindt er ook waar de bekroonde croissants van de stad liggen.
Hoe maak je croissants zelf?
Een croissant is gerezen bladerdeeg: je maakt een gistdeeg, vouwt daar een plak koude boter in en rolt dat een paar keer uit. Elke vouwbeurt verdubbelt het aantal laagjes boter tussen het deeg, en in de oven duwt de verdampende vochtigheid die laagjes uit elkaar. Dat is het hele principe.
De Franse vakterm is pate levee feuilletee. Het deeg heet de detrempe, de plak boter die je erin vouwt heet de toerboter. Voor de toerboter neem je bij voorkeur boter met een hoog vetgehalte, rond de 84 procent, omdat die minder snel scheurt als je hem koud uitrolt.
- 500 g bloem type 45 of patentbloem
- 200 g koude melk en 50 g koud water
- 16 g verse gist, of ongeveer 6 g droge gist
- 45 g suiker en 10 g zout
- 45 g zachte boter door het deeg
- 250 g toerboter van 84 procent vet
Kneed eerst de detrempe en laat die ongeveer een uur staan op kamertemperatuur. Daarna gaat het deeg plat in de koelkast, het liefst een nacht. Die lange koeling maakt het deeg soepel en stevig genoeg om te toeren zonder dat de boter erdoorheen breekt.
Vouwen doe je in drie beurten: twee enkele toeren en daarna een dubbele toer, met telkens een halfuur koeling ertussen. Uitrollen, in driehoeken snijden en oprollen is het laatste handwerk. Laat de croissants daarna nog bijna twee uur rijzen bij 25 tot 27 graden, en bak ze in 14 tot 17 minuten op 175 tot 190 graden hetelucht.
Werk in een koele keuken en leg het deeg terug in de koelkast zodra de boter begint te glimmen. Zachte boter trekt in het deeg en dan verlies je je laagjes.
Hoeveel tijd kost een croissant echt?
Reken op twee dagen, waarvan je maar anderhalf tot twee uur echt bezig bent. De rest is wachten: een uur rusten na het kneden, acht tot veertien uur in de koelkast, een halfuur tussen elke toer en nog bijna twee uur rijzen voor het bakken.
Dat maakt de croissant een weekendproject. Kneed op zaterdagmiddag, toer op zondagochtend en zet de oven aan rond een uur of elf. Wie de croissants op zondagochtend om acht uur op tafel wil hebben, moet in de nacht beginnen met rijzen, en dat is zelden de moeite waard.
Bevriezen kan wel. Je legt de opgerolde croissants ongebakken in de vriezer en laat ze de avond ervoor in de koelkast ontdooien, waarna ze in de ochtend alsnog een paar uur rijzen. Zo verspreid je het werk over meer weekenden.

Welke croissant workshop in Parijs kies je?
Drie kookscholen in Parijs geven een croissant workshop in het Engels, en alle drie duren ze drie uur. Je maakt er het deeg vanaf nul, leert toeren en neemt je eigen croissants mee naar huis. Welke je kiest hangt vooral af van de wijk waar je logeert en van het tijdstip.
La Cuisine Paris
Aan de Quai de l'Hotel de Ville in het vierde arrondissement, met uitzicht op de Seine. De les heet Le Croissant & Breakfast Pastries en gaat behalve over croissants ook over pain au chocolat en pain aux raisins.
Cook'n With Class
Aan de rue Baudelique in het achttiende arrondissement, op loopafstand van de heuvel. De les is in het Engels en behandelt croissants, pain au chocolat en pain aux raisins in een kleine groep.
Le Foodist
Aan de rue du Cardinal Lemoine in het vijfde arrondissement. Volgens de eigen site staan er lessen van 10.00 tot 13.00 uur en van 15.00 tot 18.00 uur op het rooster, en werk je in tweetallen of drietallen.
Let op een praktisch punt: drie uur is te kort om deeg van nul tot gebakken croissant te brengen. Kookscholen werken daarom met deeg dat al een nacht heeft gerust, zodat jij het toeren, vormen en bakken doet. Je leert dus de techniek, niet het wachten.
Alle drie de adressen liggen dicht bij een halte, dus je komt er prima met de metro. Plan de workshop in de ochtend, dan houd je de rest van de dag over voor de activiteiten in Parijs.
Wat kost een bakworkshop in Parijs?
Reken op ongeveer 130 tot 140 euro per persoon voor een bakworkshop van drie uur. La Cuisine Paris vraagt 129 euro, Cook'n With Class 135 euro en Le Foodist 139 euro, volgens de prijzen op hun eigen sites in september 2026.
Die prijzen worden per seizoen bijgesteld, dus controleer ze bij het boeken. In alle gevallen zitten de ingredienten, het proeven en je meeneemdoos bij de prijs in. Populaire data zitten weken vooruit vol, zeker in het weekend en rond de feestdagen.
Zet dat bedrag naast de rest van je budget als je uitrekent wat een weekend Parijs kost. Een workshop is ongeveer even duur als twee museumbezoeken, en anders dan een museum neem je er iets van mee naar huis. Wil je juist meer zien dan proeven, dan kun je beter je tickets vooraf regelen.
Waar eet je de beste croissants in Parijs?
De betrouwbaarste lijst is die van het jaarlijkse concours van het Syndicat des Boulangers du Grand Paris. In 2026 won Boulangerie du Sentier aan de rue du Caire 47 in het tweede arrondissement, voor BOOM Boulangerie Omnivore in Neuilly-sur-Seine en Maison Thevenin aan de rue de Buci 6 in het zesde arrondissement.
Dat was de vijfentwintigste editie, uitgereikt op 12 mei 2026 tijdens de Fete du Pain. De bakkersbond organiseert het elk jaar opnieuw voor bakkers uit de departementen 75, 92, 93 en 94, en alle deelnemers moeten werken met Charentes-Poitou AOP boter.
Op landelijk niveau is er daarnaast het concours van de Confederation Nationale de la Boulangerie-Patisserie Francaise. De zevende editie viel in juni 2026 en werd gewonnen door Dylan Delmaire van L'Epi du Roi in Versailles, dat op een halfuur treinen van Parijs ligt.

Wil je niet naar een bekroond adres maar gewoon goed ontbijten, kijk dan bij de ontbijt hotspots in Parijs. Daar staan zowel de gezellige buurtzaken als de klassiekers waar je even voor in de rij staat.
Hoe herken je een croissant au beurre?
Aan de vorm: een rechte croissant met parallelle punten is traditioneel de croissant au beurre, een gebogen halvemaan wijst op margarine of ander vet. Die gewoonte gaat terug op een decreet uit 1981 en is geen wet met boetes, maar een afspraak binnen het vak.
Ambachtelijke bakkers houden zich er meestal aan, omdat ze het als een kwestie van eer zien. Bij ketens, bakoventerminals en supermarkten vervaagt de regel, en daar kom je zowel rechte margarinecroissants als gebogen boterexemplaren tegen.
De zekerste controle is dus niet de vorm maar het bordje. Staat er croissant au beurre, dan is het boter. Staat er alleen croissant of croissant ordinaire, dan is dat meestal niet zo.
Het verschil proef je ook. Boter geeft een krokante buitenkant die bij het breken kruimelt en een vulling van luchtige laagjes, terwijl margarine een zachtere, wat vettige beet geeft. Meer adressen om te vergelijken vind je bij de authentieke bistro's en bakkers in de wijkoverzichten.
